Persoonlijk

gerard

April 2013    
OPEN BRIEF AAN PAUS FRANCISCUS I

Lieve Broeder In Rome,

Vergeeft u het mij, dat ik u niet aanspreek als zijn heiligheid, maar in navolging van 18 Duitse collega’s in 2011 aanspreek als broeder in Christus.
Allereerst zou ik u, als eenvoudig protestantse predikant, willen feliciteren met uw verkiezing tot hoofd van de rooms-katholieke kerk. Uw keuze tot paus en de naam, die u daarbij hebt gekozen, hebben bij veel mensen verwachtingen opgewekt, zowel in uw eigen kerk als ook daarbuiten. Was uw naamgenoot Franciscus niet degene geweest, die in de dertiende eeuw de kerk herinnerde aan haar oorspronkelijke roeping? En pleitte u daarom niet in uw installatiepreek voor de bescherming van de zwaksten in de samenleving? En noemde u daarom ook niet de ouderen, de armen en "de mensen aan wie wij het laatst denken' en riep u daarom ook niet op tot bescherming van de schepping? U sprak daarover in een duidelijk taal en u zult ongetwijfeld hebben gehoord dat het met gejuich werd begroet. 

Maar u zult vast ook wel ook weten dat uw naamgenoot zelf nog een stap verder ging. Het zal u wellicht bekend zijn, hoe uw naamgenoot vriend en vijand verraste door een verblijf in dienstbaarheid onder de heidense moslims, toen een verre voorganger van u, paus Innocentius III, opriep tot de vierde kruistocht om de stad Jeruzalem te heroveren op diezelfde Saracenen. Diens vreedzame benadering van de islam, dialogisch avant la lettre was geïnspireerd door het voorbeeld, dat hij in Jezus Christus had leren kennen, nl. dat van nederige dienstbaarheid, die uitnodigt om in een geest van vrede en geweldloosheid onder andere mensen te gaan, hun werk en leven te delen en zo te midden van hen, Gods aanwezigheid te ontdekken. Dit bracht uw naamgenoot er toe om in 1219 persoonlijk op bezoek te gaan bij de sultan van Damiate, waar hij hoffelijk werd ontvangen en spirituele gesprekken voerde.

Om die reden zou ik u bij het begin van uw ambtsaanvaarding het volgende graag aan het hart willen leggen. Over vier jaar is precies 500 jaar geleden dat een augustijner monnik de kerk wilde herinneren aan haar roeping. Zoals eerder uw naamgenoot signaleerde hij vele misstanden in de kerk en spijkerde die in 95 stellingen op de deur van een kloosterkerk. Helaas werd hij door uw voorganger paus Leo X vier jaar daarna geëxcommuniceerd. De gevolgen van die veroordeling hebben ons land en heel Europa voor meerdere eeuwen bloedig getekend en verschillende van mijn verre voorgangers hier in Roermond hebben hun geloofsovertuiging met de dood moeten bekopen
Maar juist omdat uw naamgenoot Franciscus woordenstrijd in de omgang met andersdenkenden en andersgelovigen afwees en armoede, dienstbaarheid, geweldloosheid zonder wapenen, zelfs zonder het wapen van het woord propageerde, zou ik na vijf eeuwen willen pleiten voor de opheffing van die banvloek. Het jaar 2017 zou bij uitstekgeschikt zijn om het gelijk van deze gewezen augustijner monnik te erkennen en hem postuum weer in uw gemeenschap op te nemen.

Ik schrijf dat niet zonder eigenbelang: het is mijn overtuiging dat wij als christelijke gemeenschappen in deze geseculariseerde tijd elkaar heel hard nodig hebben om een geloofwaardig getuigenis van Christus te zijn. Ook wij hebben te maken met massale kerkverlating, ook wij lijden onder de misbruikschandalen, die binnen uw kerk aan het licht zijn gekomen. Ook wij weten straks niet meer hoe we de eindjes aan elkaar moeten knopen. 

Ik ben niet zo naïef om te menen , dat een eerherstel van dr. Maarten Luther onmiddellijk tot een eenwording van onze kerken zal leiden; als protestantse kerken hebben we in de eeuwen daarna een heel eigen cultuur en identiteit ontwikkeld. Maar wel zou het in mijn ogen het begin kunnen zijn van een wederzijdse toenadering, waarbij de gedachten van Maarten Luther misschien als brug zouden kunnen dienen naar de radicalere protestanten van mijn soort. Ik denk dan bijvoorbeeld aan zijn ideeën over de eucharistie, de consubstantiatie-leer, die protestanten zou kunnen helpen om de reële presentie van Christus onder de teken van brood en wijn te aanvaarden. En daarnaast zouden onze kerken slagvaardiger kunnen opereren, als het Geneefse kerkmodel zou worden vervangen door het lutherse – met een bisschop aan het hoofd – , dat dichter bij de catholica en het nieuwtestamentisch ideaal is gebleven.

Natuurlijk zijn er meer pijnpunten: het verplichte celibaat en de tweederangs positie van vrouwen in uw kerk zijn m.i. niet meer van deze tijd. Maar misschien kan Luther ook daarin een weg wijzen, toen hij als uitgetreden monnik voor het huwelijk koos. En tenslotte zouden zijn gedachten over ‘het priesterschap van alle gelovigen’ als richtsnoer kunnen dienen voor een democratisering van de kerk.
En als het waar is dat de tijd alle wonden heelt, zou u met diens eerherstel tegemoet komen aan het verlangen naar oecumenische samenwerking en een begin kunnen maken aan herstel van de onderlinge verhoudingen. Niemand minder Jezus Christus heeft daarvoor gebeden en niemand minder dan uw naamgenoot heeft daarin de weg gewezen. 

Uw collega en medechristen: Gerard Rinsma 

Januari 2013    
Van harte zeg ik dank voor alle vriendelijke groeten met kerst en het nieuwe jaar.
Alle mooie post met goede wensen, die we hebben mogen ontvangen, heeft ons goed gedaan.
En allen die we in het nieuwe jaar nog niet gesproken en een hand gegeven hebben, wensen wij langs deze weg alle goeds voor het begonnen jaar.

Ook zou ik de mensen willen bedanken, die helemaal vanuit Roermond naar Amsterdam trokken om aanwezig te zijn bij de presentatie van mijn boek. De belangstelling heeft mij enorm verrast. Vanuit de staf van de theologische faculteit, vanuit de landelijk kerk, van collega’s, familieleden, vrienden en gemeenteleden. En natuurlijk mijn jaargenoten van toen (meer dan 30 bij elkaar), waarvan velen elkaar sinds die tijd (1977-1980) niet meer terug hadden gezien. 
Godsdienstsocioloog dr. H.H. Stoffels hield de inleiding, waarna ik het eerste exemplaar kon overhandigen aan onze oud-mentor, dr. Wessel Stoker. Daarna werden de namen genoemd van de drie jaargenoten, die op jonge leeftijd waren overleden: Ina van den Berg in ons eerste studiejaar, ds. Anno de Haan in 1993 en prof. Dr. Esther de Boer in 2010. Iedereen was even stil vanwege het gevoelde gemis van deze drie zeer begaafde en betrokken mensen.
Daarna vertelden vier jaargenoten van toen over hun ontwikkeling en de rol van hun studie erin. Twee predikanten en twee mensen, die wel bewust afscheid hadden genomen van de kerk en zelfs van het ‘traditionele’ geloof. 
Aansluitend werd er een groepsfoto gemaakt en was er voor de genodigden een borrel. 
Maar voor wie verhinderd was om te komen, zal ik woensdag 20 februari verslag doen van die presentatie (deels middels DVD-registratie) en vertellen over de aanleiding tot en de inhoud van mijn boek. (zie verder op) 
Voor wie geïnteresseerd is in het boek: het is via de boekhandel of via internet te bestellen of rechtstreeks bij mij. Kosten € 17,50 exc. verzendkosten; (mail adres naar gerard.rinsma@hetnet.nl) en voor wie kan wachten tot 20 februari: dan zal het tegen een gereduceerde prijs worden aangeboden. 

En voor degene, die graag iets meer willen weten over prof. H.C. Stoffels en zijn visie op de kerk in de samenleving: in het ouderlingenblad van juli 2011 vond ik een vraaggesprek tussen hem en redacteur dr. Jaap de Lange.

Gerard Rinsma

Verschuivingen in de samenleving

Begin van een gesprek
Jaap de Lange: Bij wat ik waarneem, raak ik er meer en meer van overtuigd, dat er zich diepgaande veranderingen voltrekken in onze samenleving. We kunnen ze eigenlijk niet goed overzien, omdat we er middenin zitten. Maar je kunt er wel op verschillende manieren naar kijken en proberen erop in te gaan. Vaak denk ik, dat één van de zaken die hier spelen is, dat we nu te maken hebben met secularisatie als "repeterende breuk"…'

Stoffels: Een repeterende breuk? 'Met secularisatie doel ik nu met alleen op de teruggang in godsdienstigheid en kerkelijkheid, maar in zekere zin zie je diezelfde verschijnselen ook elders in de samenleving. Afnemende betrokkenheid en engagement ten aanzien van open en toekomstgerichte samenlevingen politieke ideologieën, zoals het socialisme. Dat had voorheen niet voor niets ook trekken van een religie. Maar ook als je het begrip secularisatie niet zo ver wilt uitbreiden, dan nog … 
In de samenleving waren algemene waarden en houdingen die overeen kwamen met algemene christelijke waarden. Denk maar even aan niet-materiële zaken die te maken hebben met "aandacht voor de ander", vormen van mededogen en barmhartigheid.
Ondertussen zijn we terecht gekomen in een samenleving, waarin een aantal van deze algemene waarden, in de loop van enkele generaties minder tot niet meer, gevoed worden. Zijn we nu op een moment aangekomen dat een deel van de bevolking niet meer terug kan grijpen op dit soort waarden, omdat ze voor hen als betekenisvolle begrippen eenvoudig niet meer bestaan? En wat dan? Kun je als kader voor je handelen dan nog wel op iets anders terugvallen dan op gevoelens en gedachten die heel dicht bij je eigen belang liggen? 
Een tweede punt, dat het eerste versterkt: Als je geen open en op de ander gerichte levensvisie meer hebt als kader voor je Leven, worden angst en wantrouwen dan niet automatische belangrijke drijfveren voor je manier van leven, met alles wat daar aan houdingen en opstellin¬gen in de samenleving, uit voortkomt. In die zin vraag ik me vaak af of de doorwerking van secularisatie niet veel verder voert dan we vaak denken.'

Stoffels: Het is al lang begonnen
De indruk dat de samenleving diepgaand verandert, is niet nieuw. De historicus Johan Huizinga schreef al in 1935: "Wij leven in een bezeten wereld. En wij weten het." Technologische vernieuwingen – auto, radio, tv, de "pil", computers, gentechnologie, "social media"–, met daarmee samenhangende economische en politieke ontwikkelingen zorgen van ¬het einde van de vorige eeuw voor een enorme dynamiek, die haar weerslag heeft op het gedrag van mensen en hun onderlinge relaties. Het is dus al een tijdje aan de gang.
We leven in het tijdperk van de moderniteit, door sommigen ook wel aangeduid als "laat-modern" of "postmodern". Belangrijke kenmerken daarvan zijn
• individualiteit – ik kan het zelf wel af –, 
• rationaliteit – voor alles is een oplossing te vinden – 
• en seculariteit – daar heb ik geen hulp van boven bij nodig. 

De culturele revolutie van de jaren zestig leidde tot grote verschuivingen in waarden en normen: de emancipatie van de vrouw, de acceptatie van homoseksualiteit, meer speelruimte voor het individu, groeiende aandacht voor het milieu. Je kunt ook met zeggen dat waarden in het algemeen verdwijnen, alsof we naar een "waardeloze" samenleving op weg zouden zijn. Andere waarden, zoals authenticiteit, individuele vrijheid en duurzaamheid zijn meer op de voorgrond getreden. En ja, omgangsvormen worden losser en informeler ("Hoi" als aanhef van de e-mail van een eerstejaars student aan mij).
Als socioloog wil ik echter ook weten of onze globale indrukken empirisch hout snijden. In het laatste rapport van het SCP over de "De sociale staat van Nederland" (2009) lees ik enkele frappante onderzoekgegevens. Nederland behoort in Europa tot de landen waar de kwaliteit van leven (qua gezondheid, welvaart, opleiding, seksegelijkheid etc.) hoog is en het geluksgevoel onder de bevolking groot.
Alleen de Scandinavische landen stijgen daar nog boven uit. Meer dan elders zijn Nederlanders betrokken bij maatschappelijke organisaties en geven zij aan goede doelen. Wel is er een groeiende groep in de samenleving die afstand houdt tot de maatschappelijke instituties, met name laagopgeleiden en niet-westerse allochtonen. Nederlanders zijn in het algemeen positiever over hun eigen situatie dan over de Nederlandse samenleving als geheel. De toekomstverwachting is onzeker. Dat laatste heeft natuurlijk ook met de economische crisis van de afgelopen jaren te maken.
Wat secularisatie betreft zie ik als godsdienstsocioloog natuurlijk de sterke teruggang van het traditioneel en georganiseerd Christendom in ons land. Tegelijkertijd zie ik de groeiende aandacht voor ongebonden vormen van spiritualiteit en de komst van immigranten die hun eigen kerken en godsdiensten – Islam, boeddhisme, hindoeïsme – hebben meegenomen. Nederland wordt qua religie en levensbeschouwing steeds diverser en kleurrijker. Het is niet mijn indruk dat religie of religiositeit als zodanig verdwijnen, maar wel dat de wijze waarop mensen dit vormgeven en beleven sterk verandert. Het wordt allemaal minder institutioneel, minder vanzelfsprekend en minder permanent. De verzuilde samenleving van de jaren vijftig ligt echt al meer dan een halve eeuw achter ons. Het zwaartepunt verschuift van de organisaties naar individuen en hun wensen en behoeften. Kerken zien zich steeds meer genoodzaakt om op de markt van zingeving en geluk met anderen te concurreren. Telkens opnieuw moeten de harten en geesten van mensen veroverd worden.'

De Lange: Lastige dilemma's 
'Stellig vormen christenen, die zich in kerkelijke gemeenten organiseren een minderheid. Dat er daarnaast – letterlijk bedoeld – veel mensen vanuit zichzelf wel spiritueel geïnspi-reerd in het leven staan, is waarneembaar. In verband met het engagement met de samenleving zou het interessant zijn om te weten waar die spiritualiteit zich op richt. Maar die vraag slaat ook terug op, de kerken, op wie zijn en waar zij zich voor inzetten.
Motivaction heeft op dat punt onlangs een groot onderzoek gedaan. Daarbij heeft men Nederlanders onder verdeeld in acht verschillende leefstijlen. Het bleek dat bij de relatief grote Protestantse Kerk in Nederland slechts twee van de acht leefstijlgroepen aansluiting vinden, de plichtsgetrouwe "traditionele burgerij" en de maatschappijkritische "postmaterialisten". Een belangrijk deel van de bevolking ondervindt voor hun zoeken naar zin en betekenis van de kerken dus geen steun; heeft daar misschien ook helemaal geen behoefte aan. Maar voor de kerken is natuurlijk wel van belang hoe zij hun bescheiden plaats in de samenleving kunnen benutten om voor de mensen "zoutend zout" te zijn. Hoe moet je je dan opstellen? Moet je wel willen concurreren? Hier zijn heel veel dilemma's aan te wijzen. Individualiteit staat bijvoorbeeld hoog genoteerd, maar om er voor de individuele mensen te kunnen zijn, heb je een dragende groep nodig, de gemeente. Die maakt ook het tijdelijke, individuele beleven mogelijk. Ook daarom kan de kerk op die "markt van zingeving en geluk" alleen uitgaan van haar eigen verhaal. Daar zit misschien ook wel iets in van "het uithouden". Twee begrippen zijn daarbij in samenhang van belang: identiteit en openheid. Maar wil de dragende groep ("traditionele burgerij") deze gewenste en noodzakelijke openheid wel? Willen we als gemeente wel voor "de Joden een Jood en voor de Grieken een Griek zijn"? Dat betekent dat we het evangelie opnieuw moeten willen leren spellen binnen andere culturele taalvelden … In gesprek durven gaan met de cultuur en dus óók bereid zijn opnieuw bij je bronnen te rade te gaan, of moet de kerk toch een soort tegenbeweging worden?

Stoffels: Een creatieve voorhoede!
'Een mooi voorbeeld van – letterlijk en figuurlijk – concurreren op de markt van "zingeving en geluk" vond ik The Passion, het lijdensverhaal van Jezus in popformaat met bekende acteurs en musici, zoals dat dit voorjaar op de markt van Gouda werd opgevoerd. Bedoeld om de vele Nederlanders, die het verhaal van Pasen amper nog kennen, in verstaanbare taal toe te spreken en vooral toe te zingen. Een unieke samenwerking van omroepen, de PKN, het NBG, de Jonge Katholieken en de gemeente Gouda. Natuurlijk moeten kerken van hun eigen verhaal uitgaan, maar ze moeten ook heel goed luisteren naar wat er in de cultuur en de maatschappij gebeurt. Allianties durven sluiten met onverwachte partners. En oog hebben voor wat mensen bezig houdt. Anders wordt de kerk een roepende in de woestijn. Dat klinkt heldhaftig, maar niemand hoort je. Liever een creatieve voorhoede dan een mopperige tegenbeweging. Onverwachte dingen durven doen.
Ondertussen sprokkelen de mensen hun zingeving vooral bijeen uit wat zich via de media aandient en wat zij in hun eigen omgeving – familie, vrienden, werk – tegen komen. Als de kerk daar niet aanwezig is, hoe zou zij zich dan kunnen laten vinden en hoe zou haar verhaal gehoord kunnen worden? Des te meer bewondering heb ik voor kerken en individuele gelovigen die buiten de gebaande paden durven te gaan. Zoals dominee en ondernemer Ruben van Zwieten, die de snelle jongens en meisjes van de Amsterdamse Zuid-as in contact brengt met bejaarden en allochtone jongeren. Of zo'n "gewone" Protestantse gemeente in Blaricum, die een sympathiek en professioneel ogend portret van zichzelf op YouTube liet plaatsen. Er zijn nog veel mooie dingen te doen, ook voor een slinkende minderheid. Gelukkig gebeuren die ook.' 

Nog niet af…
Het gesprek, dat op deze bladzijden begonnen is, ronden we hier af in de wetenschap dat het nog niet 'af' is. Maar misschien, dat hopen we, biedt het u als lezer een aantal handvaten voor uw eigen verdergaande bezinning of om er met anderen over in gesprek te gaan. Rustig
doorkabbelen lijkt in ieder geval geen optie Dan wordt de gemeente een religieus reservaat. Dat was van meet af niet de bedoeling … in tegendeel!

(uit Ouderlingenblad , juli-augustus 2011)


December 2012    
DE HEMEL BESTAAT NIET

Zo heet het boek dat Jannetje Koelewijn schreef over het leven van haar ouders. Jannetje Koelewijn was tot voor kort journaliste bij het NRC en zoals ze voor die krant geslaagde zakenmanneen interviewde, zo ondervroeg zij jarenlang haar eigen vader. Waarom sloeg hij zijn zoons? Waarom mochten zijn dochters niet met open mond lachen? Waarom liep zijn vrouw bij hem weg? Waarom wilde hij zo graag in God geloven, maar kon hij het niet?
Wim Koelewijn (1929),haar vader, was een zoon van een gereformeerde politieman en kleinzoon van een Spakenburgse visser. Tijdens zijn leven streefde hij naar het hoogste. Al zijn kinderen liet hij studeren en zelf werd hij na zijn pensionering nog meester in de rechten. Aan het eind van zijn leven ziet hij wat hij verloren heeft. Hij neemt zijn vrouw, die is vergeten dat ze zijn gescheiden, nog één keer mee naar Parijs. En hij vraagt de dominee om voor hem te bidden. Zou er toch een hemel bestaan?
Haar moeder is dan de draad in het leven al lang kwijtgeraakt, maar, zo vertelt Koelewijn: “ik lees haar voor hoe ze als klein meisje in haar zomerjurkje van Lemmer naar Oosterzee liep en een steentje tegen het raam van Grietjes slaapkamer gooide. Vroeger, zodra het vakantie was, stapte ze met een koffertje schone kleren op de nachtboot van Amsterdam naar Lemmer. Haar vader bracht haar op zijn fiets weg en zette haar met een grote zwaai over de reling.
`Dag Renske. Dahag.' Ze had een plaats buiten op het dek, op de houten bank, want dat was het goedkoopst. Er lagen wel kussens op de bank, maar daar durfde ze niet op te gaan zitten, want er zaten vlooien in. De boot ging vanaf het Centraal Station. `Als je daar gaat kijken, kun je hem denk ik nog wel zien.
Hij heet de Jan Nieveen en hij vaart over het IJsselmeer rechtstreeks naar Lemmer.' In 1959 voor het laatst, zie ik als ik het later opzoek. Soms, zegt mijn moeder, kwam oom Tjitse haar ophalen met de fiets. Maar soms ook met en dan liep ze. De boot kwam om halfvijf 's morgens aan, de boeren waren net aan het melken. Ze weet niet meer hoe lang ze erover deed, maar ze denkt vrij lang, want het was een heel eind. Als ze bij het huis van Grietje was, gooide ze een steentje tegen het raam van de slaapkamer. `Dag famke, ik dacht wel dat je zou komen vandaag.' En dan kroop ze bij Grietje in bed, achter haar grote, warme rug. Heerlijk.” 
Als het verhaal uit is, vraagt haar moeder uit welk boek ze dit voorleest. Waarop haar dochter het uitlegt: “Als ik het heb verteld, kijkt ze me verbaasd aan en zegt ze: 'O, dat wist ik niet, dat er een boek over mij bestond.' Ze is even stil. `Nou, ik heb niet alles onthouden wat je hebt verteld. Maar het klonk gezellig.' De keer daarna lees ik weer voor over haar als klein meisje in haar zomerjurkje en het steentje tegen Grietjes raam. En de keer daarna weer, en weer, en weer, want elke keer lacht ze en zegt ze: 'Dag famke, ik dacht wel dat je zou komen vandaag.'
En als ik dit lees, bedenk ik: zou het niet mooi zijn, als ooit ons verhaal ook zo zou kunnen eindigen? Dat er na een lange reis over zee en land iemand op ons te wachten staat en ons begroet met: ‘Dag famke, ik dacht wel dat je zou komen vandaag.' 
Zo’n hemel zou ik me graag wensen.

Gerard Rinsma

Comments are closed.